De geschiedenis

De offerte aanvraag JvdH

De blusboot "JAN van der HEYDE" werd in 1929 gebouwd door de Duitse Schofferswerft und Machinenbau August Pahl te Hamburg Finkenwärder, onder toezich van het Ingenieursbureau M.A. Cornelissen te Amsterdam. Eind van dat jaar werd de boot tot volle tevredenheid van de opdrachtgever opgeleverd en per 1 januari 1930 in dienst gesteld als stadsbrandblusboot in Amsterdam.

Bij de bouw werd een hoge mate van bedrijfszekerheid nagestreefd. Zowel het voortstuwings- als het pompmechanisme was dubbel uitgevoerd; Aanbestedingsbriefdat wil zeggen: twee roeren, twee schroeven, twee motoren en twee pompen. 

In 1965 werd de machinekamer gemoderniseerd. De oorspronkelijk ingebouwde Maybach, zescilinder, viertakt benzinemotoren werden vervangen door twee DAF 575, zescilinder scheepsdieselmotoren in turbo-uitvoering met elk een maximum vermogen van een klein 125 pk.

Elke motor dient om bij het varen een schroef en bij brand een pomp aan te drijven. De bij de bouw geïnstalleerde Amag-Hilpert, zelfaanzuigende, centrifugaal schakelpompen werden toen gehandhaafd.

Aanbestedingsbrief achterkantZe kunnen zowel gelijktijdig als afzonderlijk te werk worden gesteld. Gezamenlijk leveren de pompen op vol vermogen zo'n 10.000 Liter per minuut.

De blusboot heeft een lengte van 17 meter, een breedte van 3.75 meter en een diepgang van 1.25 meter. Het hoogste vaste punt boven de waterlijn is, na het neerklappen van de zowel stuurlier als bluskanon, 1.40 meter.

Het schip werd zodanig zwaar gebouwd, dat sterk ijs kan worden gebroken. Door zijn afmetingen en door de zware bouw was de "JAN" in staat om het gehele jaar door en in alle uithoeken van de stad in actie te komen.

Aankoop JvdHIn 1983 werd de "JAN van der HEYDE" met pensioen gestuurd. De boot ging voor het symbolische bedrag van 1 gulden over in eigendom van de Stichting Nationaal Brandweermuseum te Hellevoetsluis.

Hierna raakte de "JAN" sterk in verval. Op initiatief van de Rotterdamse Stichting Openlucht Binnenvaartmuseum werd de boot in juni 1989 ter restauratie naar de Oude Haven te Rotterdam gehaald.

Hier heeft het schip in twee jaar tijd een algemenebouwtekening pv opknapbeurt ondergaan. Het casco werd gestraald en opnieuw geverfd; de motoren, keerkoppelingen, en bluspompen werden gereviseerd; het electrische systeem werd vervangen; de roefbetimmering werd vrijwel geheel in de oude staat hersteld en het oude dek werd vervangen door een teakhouten dek van bijna vijf centimeter dik.

Op 24 april 1990 werd de "JAN" door het Brandweermuseum in bruikleen overgedragen aan de Stichting Blusboot "JAN van der HEYDE". Bouwtekening Jan van der HeydeDeze stichting werd speciaal in het leven geroepen om de boot weer helemaal te restaureren en daarna in de vaart te houden als nationaal brandweermonument. Met de door deze stichting bijeengebrachte middelen is het mogelijk geweest de blusboot weer in oude glorie te herstellen.

Echter, vlak voor de geplande presentatie kwam de "JAN" door een noodlottig ongeval op 17 oktober 1990 in de Oude Haven te Rotterdam tot zinken. De volgende ochtend werd het schip reeds gelicht. Desondanks was er verschrikkelijk veel schade en moest een heleboel De JvdH gezonkenvan het reeds uitgevoerde werk opnieuw worden gedaan.

Niettegenstaande werd de "JAN" op vrijdag 28 juni 1991 in de Oude Haven te Rotterdam feestelijk opnieuw in gebruik genomen door de bij die gelegenheid benoemde eerste ere-spuitgast van de stichting, Mr Pieter Blussé van Oud Alblas.